Toegangswegen met behulp van wijn

Zoals in de inleiding is aangegeven wordt in dit onderzoek naar toegangswegen gezocht om te komen tot vernieuwde werkvormen voor leerhuisactiviteiten. Kennis van de kenmerken van het product wijn en kennis van symboliek van wijn in Bijbelse context kunnen ondersteunend zijn bij het ontdekken van de persoonlijke godsdienstige beleving en ervaring.

In dit onderzoek wordt duidelijk dat wijn de communicatie kan bewerkstelligen om de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid van de deelnemers te openen. Kortom het analyseren van wijn en de symboliek daaraan verbonden kan ondersteunend zijn in het proces van bewustwording. Wijn kan helpen het leven uitdrukking en vorm te geven.

Drie verschillende theoretische invalshoeken die het proces van bewustwording met behulp van wijn ondersteunen zijn 'de vormingstheorie' van Jonker, de symbooldidactiek van Biehl en de filosofie van het waarnemen van Merleau-Ponty. Bij deze drie hieronder uitgewerkte theorieën speelt waarneming een centrale rol. Bij allen gaat het er om bewustwording te creëren, om een waarheid achter het waargenomene te ontdekken.
Bij Jonker gaat het om het interpreteren van de waarneming, Biehl laat door de symbooldidactiek middels symbolen op een creatieve wijze de diepere waarneming openen en in de theorie van Merleau-Ponty is de leefwereld, het aardse-zijn het subject van de waarneming.

Alle drie de theorieën geven een opmaat voor deelnemers aan leerhuisactiviteiten om wijn te leren analyseren en de symbolische betekenis van wijn te gebruiken om met elkaar in gesprek te komen over relevante persoonlijke, maatschappelijke en culturele godsdienstige onderwerpen.

 

Versmelting van horizonten

In het boek ‘Aan het woord komen’ beschrijft E.R. Jonker een model om gemeenteleden in gesprek te brengen met de Bijbel. In dit boek staat de catechetiek centraal. Veel catecheten werken volgens Jonker met een ‘van-naar-model’. De stof gaat vaak van iemand die veel weet, de gespreksleider, naar iemand die weinig weet, de deelnemer. Het is de vraag of de deelnemers zelf aan het woord komen in dit model. Wordt er voldoende rekening gehouden met hun leefwereld en kunnen zij persoonlijke ontdekkingen doen?

Er zijn vandaag de dag vele studiegroepen waarin mensen met elkaar hun kennis over een onderwerp willen verdiepen. Filosofiegroepen, Bijbelstudiegroepen, literatuurgroepen, (oude)-talengroepen, muziekgroepen, ze zijn allen bezig met het verstaan en vertolken van een oude of recentelijk geschreven tekst of muziekstuk. Er wordt hermeneutiek toegepast, dit is afgeleid van het Griekse werkwoord ‘hermeneuein’, waarmee een duiden, uitleggen en verklaren hetgeen men waarneemt, hoort of leest wordt bedoeld. Het betekent ook vertalen van woorden en zinnen uit een vreemde taal om die over te brengen in een bekende taal[1].

Jonker haalt in zijn boek Gadamer aan om zijn model voor catechetiek te ondersteunen. Gadamer (1900 -2002) hoogleraar filosofie in Leipzig, gespecialiseerd in de filosofie van de hermeneutiek publiceerde in 1960 ‘Wahrheit und Methode. Grundzüge einer philosophischen Hermeneutik’[2]. Hierin wordt verduidelijkt dat hermeneutiek is het verstehen, het begrijpen en interpreteren van levensuitingen. Gadamer beschrijft de hermeneutiek als een gesprek van de tekst met de uitlegger, de tekst staat vast en praat niet terug. Het is juist de uitlegger die met allerlei hulpmiddelen zoals achtergrondinformatie en vermoedens of fantasie de tekst laat spreken. Wat de tekst zegt is het ontwerp van de uitlegger.

Gadamer, spreekt over horizont, dat houdt in dat een tekst een context van vroeger heeft. Een tekst moet tegen de achtergrond (de horizont) van een tijd of cultuur gelezen worden. Wat er over een horizont te vertellen is of waar het accent op gelegd wordt, is een zaak van de uitlegger van een tekst.
Bijbelteksten worden met die verwachting gelezen om de horizont van de tekst en de horizont van de lezers/ deelnemers te laten versmelten.

“Volgens Gadamer heeft de pluraliteit van horizonten tot gevolg dat er ook een pluraliteit van verstaan is. Daarom is het bewust-zijn van de eigen horizont zo belangrijk.”[3] Tevens is het belangrijk dat de horizonten van de tekst en de deelnemers duidelijk onder woorden gebracht kunnen worden. Zorgvuldig luisteren naar jezelf en naar elkaar is noodzakelijk.
“De werelden van de Bijbeltekst en van de deelnemers  kunnen botsen of op elkaar inwerken, volstrekt langs elkaar heenpraten of diepe herkenning en verbondenheid oproepen, zoals dat gebeurt als mensen met elkaar spreken.”[4]

 

Het ontsluiten van de tekst en de wereld van de deelnemers

Volgens Jonker is een ervaring te definiëren als een samengaan van indrukken en interpretaties van subjectieve en objectieve dimensies van de levende werkelijkheid. Ervaring is het beleefde en geïnterpreteerde leven. Het gaat er om dat de horizont van de Bijbeltekst, met de daarin aan het woord gekomen ervaring van het geloof, een dialoog voert met de horizont van de hedendaagse (seculiere) ervaringen en van tot tekst geworden ervaringen van nu[5].
De meeste (Bijbel)studie-methoden zijn tekst gericht. Daarin wordt in kerken het meest geïnvesteerd. In veel gevallen blijkt het moeilijk het leven van de deelnemers te betrekken op de tekst, in het bijzonder als zij niet gestudeerd hebben op het vakgebied[6]. Jonker stelt dat: “De Bijbel is de schriftelijke neerslag van ervaringen van mensen met geloof.”[7]

In de kerk wordt steeds meer beseft dat het geloof alleen dan een weerklank kan geven in het leven en denken van de mens, wanneer het direct verband houdt met de ervaringswereld van die mens. Het gaat er dan om hoe mensen de werkelijkheid beleven en interpreteren[8]
Mensen vinden het steeds moeilijker hun (levens)vragen in de Bijbel te herkennen. Daar komt bij dat in onze cultuur rationaliteit en het snel bereiken van effect hoog staat aangeschreven. Wordt er nog tijd gemaakt om vanuit de Bijbel over de diepe dimensies van leven en dood na te denken? Inzichten op het spoor te komen en daarover te praten met gezond verstand en goed gevoel, zoekend naar de waarheid?[9]

Om toegangswegen te vinden die het gesprek tussen tekst en deelnemers bewerkstelligen, haalt Jonker de hermeneutische vierhoek aan[10]. Bij de hermeneutische vierhoek wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de huidige tijd en de verleden tijd van de Bijbel. Daarnaast vindt er een opdeling plaats van tekst en ervaring. De tekst is een op papier vastgelegde ervaring. De ervaring van deze tijd speelt zich meer in de harten en hoofden van mensen af.

Met de Bijbeltekst (A) bedoelt Jonker de tekst van het Bijbelgedeelte.
Met de ervaring van toen (B) duidt Jonker op de ervaring die in de Bijbeltekst ter sprake komt of waarnaar de Bijbeltekst verwijst.
Bij teksten van nu (C) denkt Jonker niet aan Bijbelteksten, maar aan hedendaagse seculiere teksten, uitgedrukt middels foto’s, cartoons en muziekstukken.
De ervaringen van nu (D) zijn de ervaringen achter de teksten van nu en de ervaringen/ verhalen waarmee de deelnemers komen als hen naar hun beleving gevraagd wordt.

Fundamenteel voor het schema is dat bovenstaande vier punten op zichzelf staan. Er zijn wel verbanden, maar de gezichtspunten vallen nooit zonder meer samen.

Voor de wisselwerking tussen de vier verschillende gezichtspunten hanteert Jonker de van Schillebeeckx afkomstige term  ‘interrelatie’[11]. Een uitdrukking die zowel de verbinding als het verschil tussen de wereld van de tekst en de wereld van de deelnemers aangeeft. Schillebeeckx gebruikte het woord om er de ontmoeting tussen het christelijke verleden en het christelijke heden mee te omschrijven. Hij wilde voorkomen dat het gesprek een onschuldig onderonsje zou worden zonder spanning. “In de ontmoeting met de Bijbel gaat het om het evangelie, dat ons en onze tijd overstijgt, dat transcendent en universeel is, als zodanig in een specifieke culturele context heilzaam sprak, en ook opnieuw in concrete mensen in concrete omstandigheden van kracht zal zijn.”

Kortom wil er een gesprek ontstaan tussen tekst en deelnemers, dan is er niet alleen ontsluiting van de wereld van de tekst en de wereld van de deelnemers nodig. Het gaat een stap verder, wil er een gesprek ontstaan tussen tekst en deelnemers dan is ontsluiting van seculiere aspecten, vanuit de wereld waarin de deelnemers leven, evenzeer nodig als het ontsluiten van de wereld van de tekst.

“Op allerlei niveaus’s wordt gezocht naar manieren die de communicatie bevorderen… …spelvormen, bibliodrama, schilderen etc.” “Het zijn alle middelen… …die de mensen met eigen ervaringen laten komen, waardoor de troostrijke en kritische kracht van Gods Woord beter gevoeld en vernomen kan worden.” “Het geheim van die mogelijkheden blijkt er in te bestaan, dat de deelnemers zelf aan het woord mogen komen. Letterlijk komen ze aan het woord als ze de kans krijgen hun eigen vragen en beleving ter sprake te brengen.”[12]

Momenteel verschijnen er vele boeken op de markt binnen het filosofische vakgebied. Aansprekende seculiere onderwerpen die toegankelijk zijn gemaakt voor de filosofische leek. Bijvoorbeeld: filosofie van het wielrennen, koken met filosofie, lessen in geluk etc. De vraag is waarom het godsdienstig vakgebied dergelijke seculiere onderwerpen niet aangrijpt als toegangswegen om mensen met elkaar in gesprek te laten komen over zaken die er toe doen in het leven[13].
Wijn kan een van de toegangswegen zijn. Wijn is al eeuwen een middel om geheimen te onsluiten en het leven meerwaarde te geven.

 

De Bijbelse boodschap en de wereldse ervaring zijn niet te scheiden

De Duitste godsdienstpedagoog Nipkow gaf in 1975 al aan dat de geloofswerkelijkheid en de levenswerkelijkheid twee werkelijkheden zijn die in elkaar doordringen. De twee dienen op elkaar te worden betrokken. “De mens leert door het geloof de werkelijkheid zien als Gods werkelijkheid, maar het gaat evengoed om dezelfde aardse werkelijkheid.”[14]  De Bijbelse boodschap en de wereldse ervaring zijn niet te scheiden, want dat gebeurde in het Nieuwe Testament evenmin.

Nipkow geeft aan dat het christelijke geloof ver af staat van de werkelijkheidsbeleving van de meeste moderne mensen. Het sterke van Nipkows theorie is dat hij het probleem vanuit twee kanten bekijkt. De pedagogische (seculiere) visie en de christelijke visie. Beide kanten hebben veel van elkaar te leren en sluiten op veel punten bij elkaar aan. Vanuit Nipkow kan dan ook geconcludeerd worden dat bij godsdienstig leren informatie en beleven zichtbaar gemaakt dient te worden in lessen en leerhuisactiviteiten.

 

Symbooldidactiek opent  een diepere dimensie van de werkelijkheid

Om te komen tot werkvormen voor leerhuizen waarbij het seculiere aspect een dienende rol speelt, is het van belang te rade te gaan bij de symbooldidactiek. Seculiere kennis en ervaring mag in deze didactiek ondersteunend zijn bij het ontdekken van het persoonlijk godsdienstig beleven en ervaren. Volgens Peter Biehl  kan de symbooldidactiek met het gebruik van de religieuze symboliek een diepere dimensie van de werkelijkheid openen. Religieuze symboliek kan het fragmentarische karakter van het leven duiden[15] [16].

Om de diepere dimensie te kunnen openen is de symbooldidactiek nauw verbonden met creatieve waarneming. “Nehmen wir etwas anderes, Fremdes, Neues wahr, entsteht zunächst Schmerz; denn wir nehmen zugleich den Widerstand des Fremden, den Widerspruch des anderen und den Anspruch des Neuen wahr. Der Schmerz macht darauf aufmerksam, dass wir uns öffnen und ändern müssen, um das andere in seiner Andersheit, Fremdheit und Neuheit wirklich wahrzunehmen.”[17]

De Symbooldidactiek geeft in de godsdienstpedagogiek op verrassende wijze openingen  in religieuze en culturele fenomenen.  Creatieve waarneming is een vereiste om het religieuze leerproces een proces van ervaren te laten worden. Het is niet alleen een proces waarbij de uitkomsten van ervaringen van anderen worden doorgegeven. Bij de symbooldidactiek gaat het om de vaardigheid van het inbeelden, om in de voorhanden zijnde werkelijkheid nieuwe levenshoudingen en perspectieven te vinden die passen bij het eigen leven. Vanzelfsprekendheden worden doorbroken.

Waarneming laat zich niet beperken tot hetgeen de ogen van de buitenwereld opnemen, een waarneming staat nooit op zichzelf. Vroegere waarnemingen en ervaringen beïnvloeden de interpretatie van datgene wat wordt waargenomen. De aanleiding om iets waar te nemen is wanneer er een confrontatie is bij verschillen, irritaties, bijzonderheden en contrasten[18] [19].

In het werk van Merleau-Ponty vindt Biehl ondersteuning om de creatieve waarneming te plaatsen in het aardse-zijn. Door een open houding ten opzichte van de (seculiere) aardse levenswerkelijkheid, in ons geval het product wijn, kan gezocht worden naar zaken die er toe doen in het leven. De symbooldidactiek wil zin en zintuigelijkheid met elkaar verbinden.

De fenomenoloog Merleau-Ponty (1908 – 1961) fundeert de waarneming in de Lebenswelt[20]. Op basis van psychologie en neurologie geeft hij een beschrijving van de waarneming. Het bewustzijn is intentioneel altijd betrokken op ‘iets’. De werkelijkheid van het waargenomene, plaatsen we in een impliciet waarnemingsgeloof welke daaraan vooraf gaat. Van oudsher was waarneming passief, het was meer een gewaar-worden, dan waar-nemen. Sinds Descartes werd verondersteld dat waarneming een bewustzijnsact is in de geest. Merleau-Ponty brengt hier echter tegenin dat mensen niet een soort van machines zijn die willekeurig door uiterlijke factoren worden geprikkeld. Het subject van de ervaring is geen geestelijk kensubject, maar een lichaam-subject dat leeft en is in de wereld. Het subject van waarneming is niet het bewustzijn, maar het lichaam. De mens staat niet met zijn bewustzijn tegenover de wereld (Descartes), maar is lichamelijk voortdurend  verbonden met dat wat deel uitmaakt van zijn wereld en zijn leven. Die verhouding gaat vooraf aan elke reflectie, aan elk nadenken. Merleau-Ponty plaatst het bewustzijn in het lichaam èn de wereld. Het lichaam maakt deel uit van het zijn. Het lichaam is het subject van de ervaring. Waarneming vindt zijn oorsprong in lichamelijkheid. De mens kan waarnemen omdat hij een lichaam heeft dat in directe verbinding staat met de wereld waarin hij is. Het houdt de mens in contact met de werkelijkheid.

De intentionaliteit, welke als kenmerk van bewustzijn wordt gezien, heeft zijn betrekking op het object. In het proces van het zien ervaart de mens niet alleen het zichtbare, echter ook zichzelf als ziende[21]. Waarnemen is daarom een manier van in-de-wereld-zijn, waarnemen is gedrag. We  denken meestal dat we eerst waarnemen en vervolgens ons gedrag afstemmen op wat we waarnemen. Zoals een  hand zich beweegt  naar een jeukende muggenbeet, is die beweging niet een activiteit van het verstand, de cogito, dat eerst de jeuk heeft waargenomen. Men hoeft zich maar één keer bewust te zijn van een gebaar om dat te beseffen. Het lichaam van de mens is een systeem waarbij zien, voelen, horen, proeven en ruiken gedrag is waarin de mens zich aanpast aan datgene wat hij ziet, voelt, hoort, proeft, en ruikt. Merleau-Ponty wijst dan op de lijfelijke aspecten van de perceptie. Er vormt zich een patroon dat zich in het lichaam heeft ingesleten. Het inslijten door herhaling is nodig om het lichaam en de wereld om ons heen te kunnen beheersen. Het maakt een waarneming en bewerking van de wereld mogelijk. Verderop in deze scriptie zal duidelijk worden dat wijn een middel kan zijn om ingesleten patronen te doorbreken of een middel dat tot nieuwe perspectieven kan leiden. Elke wijn heeft, zeer veel kleur-, geur- en smaakfacetten, het kan daarom een voertuig zijn welke tot verrassende inzichten kan leiden.

“Das Auge is das ‘Fenster’, in das man hineinschaut und durch das man hinausschaut; im Sehen wird die Grenze zwischen dem Innen und dem Aussen des Körpers überschritten.” De activiteit van de ogen is niet beperkt tot het registreren en verzamelen van feiten, maar het bouwt een actieve correspondentie. Horen en zien (en proeven) zijn niet te isoleren. Er vindt een intensieve communicatieve uitwisseling plaats. “Zwischen Gesehenem und Gehörtem vollzieht sich ein hermeneutischer Prozess wechselseitiger Erschliessung und Interpretation, so dass der Mensch bspw. Das in der Schöpfung Gesehene durch das Gehörte in seiner Bedeutung erfassen kann.”[22] Waarneming en ervaring staan in een dialectische verhouding. De verwerking van waarnemingen kan nieuwe ervaringen teweeg brengen en de ervarende veranderen. Het bewust open staan voor waarnemingen is een interessante levenshouding. De verhouding waarneming en ervaring is dynamisch en steeds veranderend. Vernieuwing komt aan het licht door levende ervaring. Indien in de symbooldidactiek de waarnemingsvaardigheden- en de bereidheid daartoe worden gestimuleerd, scheppen we optimale voorwaarden, om het nieuwe te ontdekken en ter sprake te brengen[23]. Creatieve waarneming ontdekt het nieuwe in dingen of mensen, geheimen worden transparant. Het is dan ook een opgave van de symbooldidactiek dat lerenden een expressieve taal vinden om hun leven uit te drukken, te interpreteren en kracht bij te zetten[24].

 

Met alle zintuigen waarnemen

Het symbool en de menselijke ervaring worden wederzijds op elkaar betrokken. De symbooldidactiek wil wegen vinden om uitdrukking te geven aan sleutelervaringen uit het menselijk leven. Sleutelervaringen zijn ervaringen die van groot belang zijn in het menselijk bestaan, ze onderbreken de ervaring van alledag. Ze beïnvloeden de keuzes die een mens in zijn leven maakt[25]. Tevens heeft het de symbooldidactiek de taak om zelf gevormde symbolen waar te nemen en daarop in te spelen en te achterhalen welke ervaringen die symbolen uitdrukken.
Hiermee heeft de symbooldidactiek  met het gebruik van elementaire symbolen een ontsluitingskarakter welke een blik werpt in de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid[26]. Symbolen kunnen elementair worden en daarmee knooppunten of sleutelervaringen van de levensgeschiedenissen van mensen verduidelijken. Middels de symboliek achter het Bijbelverhaal, in ons geval de symboliek van wijn, kun je jezelf leren verstaan.  Of zoals de didacticus Klafki (1927) het omschrijft, jezelf en de werkelijkheid leren verstaan. Er is een wisselwerking tussen de persoon en het cultuurgoed.

“Symbolkunde versucht, Kopf (Vernunft), Herz und Hand (Sinne) gleichermaßen zu beanspruchen. Sie intendiert Sprach- und Bewußtseins- und Urteilsbildung wie Sinneserfahrung.”[27]

Elementaire basis symbolen zoals water, brood en ook wijn, openen de mogelijkheid om, wanneer de  zintuigelijke waarneming niet alles waarneemt, een diepere waarheid te ontdekken. Zo bepleit Biehl het gebruik van elementaire symbolen om bewustwording te creëren. “Bei einem Unterrichtsgang entlang eines Baches oder einen See schöpfen wir mit den Händen Wasser, lassen es über Arme und Beine fließen, waten wir im Wasser, nehmen mit den Ohren die Geräusche wahr, beobachten mit den Auchen genau den Bachverlauf, riechen und schmecken das Wasser, vergleichen es mit Mineral- und Leitungswasser. Wir suchen lautmahlende Begriffe zum Wasser, sprechen sie in unterschiedlicher Lautstärke und gestalten entsprechende Bewegungen dazu.”[28]

Biehl wil door het ontdekken van de elementaire symboliek de opmerkzaamheid verhogen. Dit alles met als doel om middels (religieuze) ervaringen bewustwording te creëren van het eigen denk- en gedragspatroon om daarmee nieuwe waarnemingen te ontsluiten. Zoals in de inleiding beschreven staat is ons huidige leerbegrip eenzijdig cognitief ingericht. Bij de theologie stond lange tijd enkel het geschreven woord op de voorgrond. Terwijl de Bijbel ontelbaar veel materiaal levert over menselijke ervaringen, gevoelens, beelden en symbolen. Het gaat Biehl erom een zinvolle samenhang tussen Woord en Beeld tot stand te brengen. Of zoals Nipkow schrijft, bij godsdienstig leren mogen informatie en beleven zichtbaar gemaakt worden in de lessen[29].

Biehl pleit dan ook voor een totaal pedagogiek waarbij leren is als geloven, het begrijpen is gekoppeld aan het ervaren. Dit ervaringsleren is een totaalplaatje, ze is aangewezen op beelden, fantasie, symbolen en verhalen. Symboliek brengt middels beelden een verdieping in de menselijke ervaring[30]. Beelden kunnen in leerprocessen bewust worden ingezet zodat ze de communicatie kunnen bewerkstelligen en de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid van de deelnemers kunnen helpen openen. Beelden kunnen helpen het leven uitdrukking en vorm te geven. Over symbolen dient men niet alleen te spreken. Brood kan men bakken, delen en proeven.  Met je handen kun je je leren uitdrukken, bomen planten, voelen en via pantomime uitbeelden. De beelden en ervaringen moeten dan ook op passende wijze elkaar vinden. Door hen verbinden zich hoop en angst. Het vereist moed om je in te laten met symboliek welke het binnenste kan ontsluiten. Diepere ervaringen kunnen aan het licht gebracht worden[31].

 

Wijn, voertuig van reflectie

In bijzonder in kerken wordt nogal eens huiverige gedaan over het gebruik van alcohol tijdens gezamenlijke maaltijden of bijeenkomsten. Mag een gelovige onder invloed van wijn zijn?
Moet wijn daarom worden geschaard onder de groep “middelen/drugs” en daarmee uit de weg worden gegaan?

De vraag wat is onder invloed zijn van? Wanneer wordt gekeken naar de diepere laag van het onder invloed zijn, dus los van alle chemische processen die zich in het lichaam afspelen, dan is bovenstaande niet alleen een wetenschappelijke maar vooral een filosofische vraag. Men kan op meerdere niveaus onder invloed raken van wijn: het gaat dan om de ervaring van het wijn drinken[32]. Zo af en toe drink je een heel bijzondere wijn. Het drinken van een prachtige maar ook zeer prijzige Bourgogne of Bordeaux kan zo’n diepe indruk achterlaten, dat er sprake is van onder invloed raken. Een dergelijke wijn is zo kostbaar dat je hem niet alleen drinkt. In een gezelschap van medegenieters is het dan ook onmogelijk om van 1 fles Bordeaux aangeschoten te raken. Er is dus een duidelijk verschil tussen dronkenschap en onder invloed zijn. Onder invloed zijn is een vorm van bewustzijn, en dronkenschap een vorm van bewusteloosheid[33].

De beïnvloeding van de wijn komt daarom niet alleen vanuit de alcohol van de wijn, maar zit ook in het proeven van wijn, de ervaring van het drinken en de gevoelens die dit in mensen oproept. Het kan vergeleken worden met de vervoering van het helemaal opgaan in een mooi gedicht of een kunstwerk en het als zodanig onder invloed hiervan raken[34]. Het vermogen om te proeven en te ruiken wordt nog wel eens lager gewaardeerd dan het vermogen te kunnen zien en horen, deze laatste worden als meer cognitief beschouwd[35]. Ruiken en proeven zijn subjectief, waar horen en zien meer objectief zijn[36]
Theologen en filosofen hebben vaak de neiging gehad om smaak-ervaringen te bezien als zijnde louter zintuiglijke (biochemische) ervaringen, zonder inbegrip van het intelligente gesprek over de smaakervaring. Zoals in de esthetica bij het bespreken van kunst de intellectuele toespelingen wel gebruikelijk zijn.

Over wijn zou op dezelfde manier als in de esthetica gebruikelijk is vragen gesteld kunnen worden. Zintuiglijke ervaring en de vragen die daardoor worden opgeroepen, zijn immers altijd mogelijk, ongeacht het aanwezige  kennisniveau. Het genieten van geuren en smaken is net zo esthetisch als de waardering van wat men ziet en hoort bij kunstobjecten. Dezelfde eigenschappen die kenmerkend zijn om te spreken van een esthetische ervaring, gelden ook voor ruiken en proeven. Een geur of smaak kan esthetische kwaliteiten bezitten  zoals verfijndheid, schoonheid, delicaatheid, harmonie. De zintuiglijke waarneming bij het proeven van wijn kan een emotionele betekenis hebben of emotie oproepen, om daarmee een klein of groot verhaal in een hermeneutische context te plaatsen[37]. Wijn wordt daarmee een voertuig van reflectie. Proeven is dan ook een multi-sensorische ervaring; meerdere zintuigen zijn erbij betrokken[38]. Wijn kan ons dichter bij onszelf en nader tot elkaar brengen.

Door middel van het proeven van wijn kunnen ervaringen worden opgeroepen en associaties worden gelegd. De wijndrinker die altijd kiest voor dezelfde wijn weet wat hij qua smaak en beleving kan verwachten. Wie echter open staat om wijnen op een andere manier te leren kennen kan door de kleur, geur, smaak en de daaraan gekoppelde symbolische betekenis tot verrassende inzichten komen. Middels de analyse van wijn ontstaat een analyse van de werkelijkheid in zijn totaliteit. Wijn kan diepe innerlijke lagen van het mens-zijn aan het licht brengen. Het onbewuste wordt zelfbewustzijn. De wijndrinker komt als het ware voor een spiegel te staan, waarbij hij afstand kan nemen van zichzelf en zijn relatie tot de wereld. Er wordt een openheid gecreëerd waardoor ruimte ontstaat voor reflecties.

 

Smaakbeleving

Zoals eerder in deze scriptie benoemd kan door wijn een diepere ervaring aan het licht worden gebracht. Indien wijn bij leerhuisactiviteiten als hulpmiddel dient voor de deelnemers, is het nodig dat zij leren om smaken te onderscheiden. Het goed kunnen benoemen van smaken en de smaakbeleving draagt bij aan het kunnen ontplooien van de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid van de deelnemers aan leerhuispraktijken.

Veel mensen hebben de neiging om geur en smaak te onderschatten. Het is echter onjuist om op basis hiervan te concluderen dat de gemiddelde Nederlander iemand zou zijn die niet in smaak is geïnteresseerd. “De meeste mensen proeven bijzonder goed en zijn uitstekend in staat om subtiele verschillen in producten aan te wijzen. Waar men soms moeite mee heeft is het benoemen ervan.”[39]

Het uitgangspunt in het leren benoemen van hetgeen men proeft vormen de vijf basissmaken zoet, zuur, zout, bitter en umami. Naast deze basissmaken wordt is er sprake van drie universele smaakfactoren: mondgevoel, smaakgehalte en smaaktype. Wie deze kenmerken goed leert onderscheiden en benoemen, kan zeer gedetailleerd bij ieder willekeurig voedingsmiddel aangeven of er sprake is van kwaliteit[40]. Daarnaast kan men aan de hand van voeding, in dit geval wijn, zaken die er toe doen in het leven beter benoemen. 
Op deze manier is proeven niet slechts het gebruik van één zintuig maar een sublimatie van alle zintuigen. De smaakpapillen op de tong, geur, zicht, gehoor en gevoel beïnvloeden ons proefvermogen en daarmee onze smaak[41]. Het ploppen van een kurk, het klokken van de wijn bij het uitschenken, het klinken van een kristallen glas, en omgevingfactoren zijn alle ervaringen die de smaak beïnvloeden.
Proeven is een totaalervaring waarin alle zintuigen samenwerken. Smaak kan daarom beleving zijn. Wie bewust iets proeft kan gaan associëren met ervaringen uit heden of verleden. Wijn roept gevoelens op[42]. Wijn kan hiermee voor leerhuisactiviteiten een prima hulpmiddel zijn om inzichten te geven voorbij de werkelijkheid. 

 

Leerhuisactiviteiten aan de hand van het samengevoegde hermeneutisch model en het model van elementarisering

Het bovenstaande toont aan dat symbooldidactiek twee werkelijkheden op elkaar wil laten doordringen: de geloofswerkelijkheid en de levenswerkelijkheid. Door wijn en haar symboliek leert de mens met behulp van de symbooldidactiek de werkelijkheid te zien als Gods werkelijkheid. Gods werkelijkheid is evengoed dezelfde als de aardse werkelijkheid. Het sterke van deze visie, welke gebaseerd is op Nipkows’ theorie, is dat zowel de seculiere visie als de christelijke visie veel van elkaar kunnen leren en aansluiting kunnen vinden op elkaar[43]. Biehl sloot hierop aan door te wijzen op het belang van symbooldidactiek in de godsdienstpedagogiek. Door deze verbinding kunnen mensen leren om symbolen te interpreteren zodat ze in overeenstemming komen met de uitgangspunten van hun levensbeschouwing[44]. Het gaat Biehl er dan ook om te zoeken naar de zaken die er toe doen in het leven. Via de symbooldidactiek kunnen woord en beeld, zin en zintuiglijkheid met elkaar verbonden worden. Het product wijn en haar symboliek kan de tweedeling tussen woord en beeld overbruggen.

 

Elementariseren met wijn

Bij het voorbereiden van een leerhuisactiviteit kunnen aan de hand van Valstar en Kuindersma de volgende aspecten in ogenschouw genomen worden[45]. Kuindersma, specialist in godsdienstige communicatie door symbooltaal en de pedagoog Valstar bouwen met hun model voor elementarisering voort op Nipkows’ theorie[46]. Met behulp van het proces van elementarisering wordt een traject gezocht om informatie en beleving zichtbaar te maken voor de cursist. Het is een hulpmiddel om lessen voor te bereiden en te analyseren. Het kan dienen als een kompas bij het ontwerpen van lessen waarbij ontdekkingen worden gedaan en leerervaringen kunnen worden gedeeld.

In het model voor elementarisering wordt wederom duidelijk dat het onderwijsprogramma  geen lineair proces is. Er is sprake van een wederkerige ontsluiting van de dimensie van het bestaan van de cursist enerzijds en de dimensie van de Bijbelse inhouden en tradities anderzijds[47]. Deze twee dimensies zijn verbonden met zes elementaire invalshoeken, met de mogelijkheid om 30 onderlinge verbanden te leggen. De invalshoeken dienen in het oog gehouden te worden bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van leerprocessen. Aan de hand van het wonder in Kana wordt het model van elementarisering in het hierop volgende gedeelte ingevuld.

Het onderdeel elementaire structuur & context behandelt de vraag waar het inhoudelijk in een tekst om draait. Een vraag die bijvoorbeeld kan worden gesteld is: “wat betekent het dat Jezus 600 liter water in wijn veranderde?”

Elementaire ervaringen zijn gericht op de verwondering over bekende en onbekende ervaringen. Het gaat om het ontsluiten van de wereld waarin je leeft, je eigen levenservaring en de ervaringen welke voortkomen uit het verhaal. Het is een zoeken naar essentiële ervaringen welke kunnen bijdragen aan het proces van wederkerige ontsluiting. Bijvoorbeeld: “Jezus schenkt de bruiloftsgasten meer dan voldoende wijn. Wat is voor jou een leven in overvloed?”

Elementaire toegangen worden gezocht door de begeleider wanneer deze zich tracht te verplaatsten in de deelnemers. Toegangen dienen op het spoor gekomen te worden, om daarmee betrokkenheid en intrinsieke motivatie op te roepen. Wat zijn aanvangspunten als de activiteit aansluiting wil vinden bij de deelnemers? Wat is de doelgroep en in welke richting wil de begeleider de cursus laten verlopen? Bijvoorbeeld: de cursusleider wil dat de cursisten zich bewust worden van hun passies en van datgene wat hen enthousiast maakt in het leven. Hij wil dit de deelnemers met elkaar laten delen, zodat iedere deelnemer aan anderen een voorbeeld kan nemen, om zo voor zichzelf te komen tot een vernieuwde enthousiaste invulling van het eigen leven.

Bij de elementaire levensbetekenissen gaat het er om in het verhaal betekenissen te ontdekken en uit te wisselen. Existentiële vraagstukken welke bepalend zijn voor de manier waarop deelnemers in het leven staan komen tijdens een activiteit vanuit het thema aan de orde. Het kunnen thema’s zijn waar mensen zich tegen verzetten of juist inspiratie uit kunnen ontlenen. Bijvoorbeeld: Wijn is een teken van geestelijke gaven voor de mens die oprecht en doordacht wil leven (Spr. 9:2). Wat is voor jou een oprecht en doordacht leven?

Elementaire incentieven & media zijn die mediale impulsen en middelen welke een incentieve oftewel aanwakkerende/ activerende werking hebben. Er wordt bij de deelnemers een sterke motivatie opgeroepen om met het thema aan het werk te gaan[48]. Bijvoorbeeld: Bij een activiteit over het thema ‘de wijngaard als symbool van rust’, kunnen de deelnemers een van de wijngaarden in Nederland bezoeken. Ter plekke krijgen zij uitleg en een rondleiding door de wijngaard. Met behulp van wijn en opdrachten gaan ze op zoek naar aspecten van het thema rust.

 

Het samengevoegde hermeneutisch model en het model van elementarisering.

Het model van elementarisering en het eerder genoemde hermeneutisch model van Jonker komen in deze handelingstheoretische methode samen.
Er is voor een samengevoegd model gekozen om zowel de sterke punten van de hermeneutiek als van het elementariseren te benutten. Het model van Ploeger benadrukt de vertaling tussen tekst en leefwereld, waarbij de interrelatie als middel van overbrugging wordt gezien. Het model van elementariseren van Valstar en Kuindersma heeft als kracht om de juiste doelen, vraagstukken en de thema’s die exemplarisch zijn, voorafgaand aan de activiteit, helder voor ogen te krijgen.

In het samengevoegde model zoekt de cursusleider naar existentiële momenten en grenservaringen in het leven van de deelnemers, die vragen om verdieping en een uitdaging bieden om persoonlijke keuzes te maken. De cursusleider heeft in dit model meerdere rollen te vervullen. Allereerst de rol als initiator van het gesprek of de activiteit. Daarnaast is de cursusleider de vakinhoudelijke deskundige om zo elementaire kennis te ontsluiten bij de deelnemers. Ook is de cursusleider degene die deelnemers helpt om aanknopingspunten voor hun eigen leven te laten ontdekken. Het samengevoegde model biedt de mogelijkheid tot het leggen van verbanden tussen de verschillende tekstachtergronden en ervaringen. Een activiteit kan evengoed gestart worden vanuit een ervaring ‘van nu’ als vanuit de tekst ‘van toen’.  De elementaire incentieven vormen een interrelatie tussen de beide werkelijkheden, de geloofswerkelijkheid en de levenswerkelijkheid.

 

Thema’s voor leerhuisactiviteiten

Naar aanleiding van de uitgewerkte stof over symboliek volgen hieronder enkele thema’s waar met behulp van wijn naar toegangswegen tot de innerlijke en uiterlijke werkelijkheid gezocht kan worden.

Enkele voorbeelden van activiteiten en elementaire thema’s aan de hand van de symboliek van wijn kunnen zijn:

  • Activiteiten over vrede, voorspoed en de zegeningen in het leven (Micha 4:4, Zach 3:10). Toegespitst op het thema rust, wat is voor jou het zitten onder je eigen wijnstok? Ervaar je de rust van de wijngaard?

  • In vite vita – Activiteiten over het levenswater. Welke rol speelt wijn in jouw leven. Wat is voor jou leven zonder wijn? (Sirach 39:26, Sir. 31:27)

  • Een leeractiviteit over de kinderen van de rank. Dit naar aanleiding van de symboliek over God als wijnbouwer en Israel als wijnstok (Jes. 5:1, Luk. 13:6, Tim. 3:5). Herken je het principe van snoeien in je leven? Slechte en goede druivenranken dienen regelmatig gesnoeid of zelfs omver gehaald te worden.

  • Een activiteit over wijn als teken van geestelijke gaven voor de mens die oprecht en doordacht wil leven (Spr. 9:2). Wat is voor jou een oprecht en doordacht leven?

  • Een leeractiviteit over zuivere wijn, een oprechte houding is als onvervalste wijn (Jes. 1:22). Wat is voor jou een zuiver leven?

  • Een activiteit over het plezier van wijn (Sirach 31:27 en 28).

  • Activiteiten over het symbool van hoop dat te herleiden is uit wijn.

  • Activiteiten over het binnendringen van het transcendente in het aardse. Wijn als  ervaring die tot God kan leiden.

 

Enkele voorbeelden van activiteiten naar aanleiding van het wonder in Kana:

  • Wijn als teken van overvloed, Jezus maakt 600 liter wijn uit water.

  • Wijn als teken van bewustwording in het leven.

  • Wijn als teken van vrolijkheid

  • Wijn als teken van leven.

  • Wijn als teken van gemeenschap met Jezus.

  • Wijn als teken van gastvrijheid.

 

 

 


[1] Jonker, Aan het woord komen , hoe gemeenteleden van 17 jaar en ouder in gesprek raken met de Bijbel, bouwstenen en gebruiksmateriaal, Zoetermeer, 1999, p. 22

[2] Gadamer, Wahrheit und Methode. Grundzüge einer philosophischen Hermeneutik, Tübingen, 1975, p. 365 in: Jonker, Aan het woord komen, p. 65

[3] Jonker, Aan het woord komen,  p. 68

[4] Jonker, Aan het woord komen, p. 64

[5] Jonker, Aan het woord komen, p. 83

[6] Jonker, Aan het woord komen, p. 62

[7] Jonker, Aan het woord komen, p. 77

[8] Jonker, Aan het woord komen, p. 82

[9] Jonker, Aan het woord komen, p. 16

[10] Afbeelding hermeneutisch vierhoek in: Jonker, Aan het woord komen, p. 88

[11] E. Schillebeeckx, Mensen als verhaal van God, Baarn 1989, p. 54vv,  in: Jonker, Aan het woord komen,  p. 88

[12] Jonker, Aan het woord komen, p. 17

[13] Het verschil tussen filosofische en godsdienstige gesprekken is de gespreksinhoud. Bij theologiseren gaat het gesprek expliciet om de wisselwerking tussen ervaringen, opvattingen en godsdienstige thema’s. Het gesprek heeft op een of andere manier te maken met de religieuze of godsdienstige dimensie van het bestaan. In: Valstar & Kuindersma, Verwonderen & Ontdekken, Amersfoort 2008, p. 155. Zie ook: Henk Kuindersma, Van kindervragen naar kindertheologie. In: Praktische Theologie, 2008, jrg.. 35, no. 1.

[14] Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek, p. 228

[15]’Sie verweisen in “ironischer Gebrochenheit” auf das fehlende Ganz.” Biehl, Festsymbole, p.97

[16] Volgens Ricoeur is een symbool niet eenduidig maar complex qua betekenissen. Het zet daarom aan tot kritisch denken, over de mens en zijn omgeving.

Binnen de didactiek geven symbolen invulling aan gedachten en gevoelens. Het sluit aan bij de beleving van ‘de hoorder’. Tevens geven symbolen ruimte om eigen gevoelens/ ideeën te vormen.  Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek, p. 268

[17] Biehl, Festsymbole, p. 131

[18] Biehl, Festsymbole, p. 35

[19] Vergelijk de reactie van de ceremoniemeester op de bruiloft te Kana. Als hij de wijn van Jezus te drinken krijgt is hij verwonderd, verbaasd en misschien ook wel geïrriteerd. Wat een verschil met de bruiloftswijn die hij de gast heeft voorgezet. Zijn wijn valt in het niet bij deze bijzondere wijn, de ceremoniemeester is mogelijk van zijn stuk gebracht.

[20] De centrale gedachte in Merleau-Ponty's filosofie is dat de waarneming een fundamentele rol speelt in ons begrijpen van de wereld als ook onze interactie met die wereld

[21] Biehl, Festsymbole, p38

[22] Biehl, Festsymbole, p. 39

[23] Biehl, Festsymbole, P. 41

[24] Het verklaren en intensität verlenen. P. Biehl, ‘Symboldidaktik’, in: Starke et al., Lexikon der Religionspädagogik Band 2 L-Z, Neukirchener-Vluyn, 2001, pp. 2074 - 2080.

[25] Bijvoorbeeld, een ingrijpende levensveranderende gebeurtenis, zoals het ontdekken van de liefde, ouderschap, overlijden van vrienden etc.

[26] Biehl, Festsymbole, p. 61

[27] Biehl, Festsymbole, p. 59

[28] Biehl, Festsymbole, p. 58

[29] Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek, Kampen, 200, p. 228

[30] Biehl, Symbole, geben zu leren, Symbole, Hand Haus&Weg, p.19

[31] Biehl, Symbole, geben zu leren, Symbole, Hand Haus&Weg, p. 31

[32] Scruton, I drink, therefore I am, a Philosopher’s Guide to Wine, London etc, 2011, pag 118

[33] Helaas is er een negatieve connotatie verbonden aan ‘het onder invloed zijn’. In de huidige samenleving  wordt het vaak eenzijdig geïnterpreteerd als het in een roes zijn van alcohol of drugs. 

[34] Het in een andere geestesgesteldheid geraken, in; Scruton, I drink, therefore I am, p. 119

[35] Dit was onder andere de mening van Thomas van Aquino

[36] Ook Hegel maakt onderscheid tussen het genieten met je mond/verhemelte en een ware esthetische ervaring. , in; Scruton, I drink, therefore I am, p. 120

[37] Frank Sibley in Aesthetic concepts (1964) beweert dat hier tegenin gebracht kan worden dat het waarnemen van een geur of smaak altijd subjectief blijft. Het zegt net zoveel over het subject als over het object. Het is onmogelijk een onderscheid te vinden in de waarneming zelf en de associatie die het oproept. Smaak- en geurervaringen zijn niet te objectiveren. Veel theologen en filosofen zullen dan ook van mening zijn dat de beneveling die wordt ervaren in en door wijn een zintuiglijke is, maar dat deze niet vergeleken kan worden met een esthetische ervaring. Scruton, I drink, therefore I am, pp. 120 -122

[38] Klosse, Het proefboek, de essentie van smaak, Baarn 2009, p.7

[39] Klosse, Het proefboek, p. 9

[40] Klosse omschrijft drie universele smaakfactoren.

‘Het mondgevoel’ omvat het gevoel dat een eten en drinken geeft in de mond. Het mondgevoel valt uiteen in strak en filmend. Met strak wordt bedoeld bijvoorbeeld het effect van het eten van een Granny Smith-appel of het drinken van een glas vers geperste jus d’orange. Het geeft de indruk alsof de mond wordt gereinigd. Lichte frisse rode of witte wijnen die koel worden geserveerd komen al snel verfrissend over. Tevens zijn er strakke smaken die een mond opdrogend gevoel geven. Denk aan krachtige jonge rode wijnen met veel tannine. De bitterstoffen uit de tannine gaan een verbinden aan met het speeksel en maken het speeksel stroef en ruw.

Naast strakke smaken zijn er filmende smaken, welke voortkomen uit vet en zoet. Hierin zitten stoffen die het speeksel dikker en plakkerig maken. Honing bedekt bijvoorbeeld de mond met een filmend laagje. Zoete witte wijnen, denk aan wijnen van Samos of Sauternes zijn wijnen die een filmend karakter hebben. Ze worden ook wel benoemd als ronde, vettige wijnen.

Tevens zijn er filmende smaken welke te maken hebben met eiwitten/ gelei. De umami is hierbij van groot belang.

‘Het smaakgehalte’ is de intensiteit van de smaak. Het valt te vergelijken met een volumeknop van een geluidsinstallatie, de knop bepaalt het volume, niet of het lekker is. De toevoeging van zout en natriumglutamaat aan voeding kunnen het smaakgehalte sterk beïnvloeden.

‘Het smaaktype’ kan het beste vergeleken worden met de toonhoogte van het geluid. Zo zijn er frisse tonen, zoals limoen en rode bessen. Daarnaast zijn er ook rijpe tonen, denk aan karamel, boter en honing. Door het gebruik van kruiden in gerechten of dranken, zoals tijm of rozemarijn kunnen rijpe tonen versterkt worden.

Het geheel van alle factoren is het smaakprofiel.

[41] Klosse, Het proefboek, p. 16

[42] Zo hoort bijvoorbeeld het bladerdeeg van een tompouce knapperig en knisperend te zijn. Een tompouce die dit niet heeft wordt minder lekker gevonden.

“Het aroma van een wijn geeft een impressie van de te verwachten smaak. Als wijn anders ruikt dan hij smaakt, vinden wij deze minder smakelijk… …het proces van proeven vindt plaats in een persoonlijk kader dat wordt bepaald door biologische, sociologische, culturele, psychologische en economische factoren. Het begrip ‘lekker’ heeft met dit proces te maken. De waardering van een wijn wordt gedefinieerd over dat wat geproefd is. De producteigenschappen passen in het situationele kader en voldoen aan de verwachtingen. De verwachting speelt dan ook een grote rol in smaakbeleving” in: Klosse, Het proefboek, p. 17

Wat dit betreft kan terug geblikt worden op de rol van ceremoniemeester. Hij was totaal overdonderd door de smaak die zijn verwachting overtrof. Hij verwachtte een mindere wijn te drinken maar kreeg de beste wijn.

De wereld staat op zijn kop. Hij krijgt een zeer smakelijke wijn te drinken waarvan alle onderlinge componenten in evenwicht zijn. De smaakwaarneming, de geur en het gevoel worden aangesproken.

[43] Ook Biehl legt bij zijn symboolkunde de nadruk op de band tussen subjectief geloven van gewone mensen en de maatschappij waarin zij leven.

[44] Het is moeilijk om de betekenis van symbolen duidelijk te maken als er alleen maar over godsdiensten wordt gesproken. “Dan blijven we even aan de oppervlakte”. Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek, p. 265

[45] Valstar & Kuindersma, Verwonderen & Ontdekken, Amersfoort, 2008, p. 102 

[46] Kuindersma, Godsdienstige communicatie met kinderen door symbooltaal. In gesprek met Halbfas, Baudler en Biehl op zoek naar een aanpak van godsdienstige communicatie in de protestants-christelijke basisschool, Kampen, 1998

[47] Afbeelding van ‘Het model van elementariseren’, in:Valstar & Kuindersma, Verwonderen & Ontdekken, p. 113

[48] Dit is de kracht van een ervaring dat men ineens een doorzicht krijgt waar het om gaat in het leven. Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek, p. 230

© 2016 - 2018 Wijn in de Bijbel | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel